De Pers 22 november 2007
Baruch d'Espinoza
Glorieuze wedergeboorte voor de filosoof van joodse afkomst
Eindelijk lezen we Spinoza
door Peter Wierenga
Het heeft even geduurd, maar nu zijn we vrijwel allemaal erg trots op Spinoza, de grootste denker die Nederland ooit voortbracht. En nog een allochtoon ook.
Het bruggetje naar de Zwanenburgwal, bij het Amsterdamse Waterlooplein. Ooit stond hier het geboortehuis van Baruch d'Espinoza, in de joodse buurt. Morgen is het 375 jaar geleden dat Nederlands grootste denker het levenslicht zag, als tweede generatie allochtoon uit een Portugees-joodse handelsfamilie.
De laatste jaren maakt hij een comeback, met name door het werk van de Britse historicus Jonathan Israel, die in Spinoza de meest radicale exponent van de Verlichting ziet. Zo pleitte de denker onvoorwaardelijk voor de democratie en de vrijheid van meningsuiting. Geen populaire opvattingen destijds.
Hoogste tijd voor een standbeeld in de hoofdstad, vindt de Amsterdamse Spinoza Kring. "We willen geen klassiek, bronzen beeld, maar een interactief kunstwerk dat uitleg geeft over Spinoza – ook voor toeristen", zegt voorzitter Frank van Kreuningen. Burgemeester Job Cohen steunt het plan.
Dat had Baruch niet durven dromen, toen hij in 1656 de banvloek van de joodse gemeenschap over zich had horen uitspreken. Wellicht vormden niet zijn atheïstische denkbeelden, maar de weigering om naar joods recht de failliete boedel van zijn vader over te nemen de ware steen des aanstoots.
Hoe dan ook, Benedictus (zijn gelatiniseerde naam) ging in het dorpje Rijnsburg wonen. Daar verdiende hij de kost met lenzen slijpen. Maar zijn hart lag bij de filosofie, getuige het commentaar dat hij schreef op het werk van René Descartes – de Fransman die in de Republiek toevlucht zocht voor zijn ideeën.
Spinoza was geen kluizenaar. Uit Leiden kwamen studenten, hij sloeg een professoraat in Heidelberg af. In zijn werkkamer schreef Spinoza de Ethica, postuum uitgegeven. Zeer weinigen zullen deze verdomd moeilijke tekst gelezen hebben, waarin hij op wiskundige wijze aantoont dat God en de natuur een en hetzelfde zijn. Weg met een persoonlijk godsbeeld, er is geen andere bron voor onze moraal dan de rede.
Het Rijnsburgse huisje staat er nog steeds, maar is in verval geraakt. Na alarmerende berichten in NRC Handelsblad zegde minister Plasterk van Onderwijs geld toe voor de opknapbeurt. Het moet een echt museum worden. Zelf verhuisde Spinoza in 1663 naar Voorburg en zes jaar later weer naar Den Haag.
Benedictus ('de gezegende'), die al zijn kaarten op de rede zette, kon wel degelijk heftige emoties hebben. Toen een woedende, Oranjegezinde volksmeute in het 'rampjaar' 1672 de gebroeders De Witt lynchte, wilde Spinoza een pamflet met de tekst Ultimi barbarorum ('Ergsten der barbaren') ophangen. Zijn vrienden hielden hem gelukkig tegen.
Hij stierf jong, op 21 februari 1677: al het slijpstof had zijn tuberculose verergerd. Met zijn graf in de Nieuwe Kerk in Den Haag liep het slecht af. Zijn resten werden al na enkele jaren verspreid over de kerktuin. Het grafmonument stamt van veel later, uit 1927. Pas in de negentiende eeuw volgde namelijk de echte erkenning voor Spinoza, vooral onder Duitse invloed. Het eerste standbeeld verrees in 1880. Enkele maanden na de postume publicatie werden zijn boeken al verboden.
Eeuwen later is er wéér ophef: Spinoza ontbreekt in het centraal eindexamen filosofie, dat de komende jaren het thema Rede en religie draagt. Heftige protesten bij Plasterk hebben niet mogen baten.
De minister wil zich niet met de inhoud bemoeien, maar wijst erop dat de denker wél is opgenomen in de historische canon. Zo slecht is de verbannen man toch niet terechtgekomen.
© De Pers 2007, op dit artikel rust copyright.

